24
De spiegels vielen in duizend
Katja-katja djatoh hantjoer samoe-
stukken ,
wa .
Barang-barang ini hapek. Kapal-kapal prang nantie meng-hapoes-ken segala badjak di lawoet. Saja harep toewan boleh dateng.
Deze goederen zijn muf, De oorlogschepen zullen alle zeeroovers uitroeijen , Ik hoop , dat mijnheer zal kunnen komen ,
De Inlandsche viool en piano klinken goed bij elkander ,
Rebab sama gambang boenjie-nja
De roos riekt lekker ,
Kembang ajer-mawar haroem (énak) bawoe-nja. Haroes-nja kentjeng di sini.
ênak.
Er is hier een sterke stroom ,
Dat kind moet noodzakelijk straf krijgen ,
Anak itoe haroes dapat sêksa.
Die Chinees heeft vele schatten en
Tjina itoe banjak harta benda-nja.
eigendommen,
Zijn hare ouders bemiddeld?
Apa orang toewah-nja hartawan ? Trada , tetapie dia-nja orang bang-
Neen , maar zij is van goede afkomst ,
sawan.
De staljongen slijpt een mes bij
Toekang koeda lagi hasah pieso die soemoer.
de put ,
Dat touw is tien elleboogslengten
Talie itoe ada sapoeloh hasta pan-
lang, Zij zijn het met elkander eens , Mijn hart is zuiver , Zij is trotsch , Opvliegend , boos ,
djang-nja. Dia ôrang satoe hatie.
Hati saja poetih , eig. bresih. Hati-njabesar, dia (angkoe) hatibesar. Hati panas. Laki-laki itoe hatie ketjil, (tra'branie) .
Die man durft niet .
Hatie saja soedah ketjil sekalie.
Ik begon te wanhopen , Waschman! rangschik het vuile goed , Men moet de zinnelijke driften
Minatoe ! hatoer barang kôtor. Hawa napsoe djangan di kassi hatie , of: djangan di toeroet.
niet toegeven ,
E.
Er zijn twee E-klanken in 't Maleisch. De eene is kort , zoo als in het lidwoord de ; de andere is breed , zoo als in het lidwoord
het. De lange E-klank komt in het Maleisch niet voor.