Jump to content

Page:De Djoeroe basa Betawi.pdf/35

From Wikisource
This page has not been proofread.

19

Awak prahoe.

Ruim of hol van een schip , Ik ben van daag niet lekker , niet

Saja trada ênak awak ini harie.

fiks ,

In het begin , Mijne oogen zijn zwak ,

Awal moela-nja. Mata saja koerang awas.

Houd een' goeden uitkijk vooruit ,

Awas baik-baik di moeka.

Ik heb dorst ,

Saja awoes.

Ah.

Ah ,

Een uitroep van onwil bij kinderen.

Ahl , (Arabisch) ,

Volk , dat tot eene plaats behoort. De begaafde.

Ahli ,

Sterrenkijkers ,

Ahl'ol noedjoem , (Arabisch). Ahli waries , (Arabisch).

Erfgenaam ,

Aj .

Ajah , ajahanda , ajanda, Ajak , meng-ajak ,

Vader , (hoftaal) .

Ajam ,

Hoen , haan , kip. Ergens lang staan.

Ajar, meng-ajar , Ajat, Ajêr , Ajô ! Ajoen , ajoen-an ,

Een kapoen , Een kemphaan ,

Zeef, ziften.

Vers . Water.

Kom!

Wiegen, wieg , schommel.

Ajam kambirie , gewoonlijk kebiri.

Een boschhaan ,

Ajam saboeng. Ajam hoetan, ajam alas.

Eene hoenderkooi , Een kippenhok ,

Koeroeng-an ajam. Kandang ajam.

Versch water , Rozenwater , Warm water , Kokend water ,

Ajer tawar. Ajer mawar. Ajer panas. Ajer mendidieh.

Suikerwater , siroop ,

Ajer goela.