18
Kaap , voorgebergte , uitstekende
Antjôl ,
punt van het land. Slaperig. Ergens tegen stooten ; steken als de bijen.
Antoek , meng-antoek , Antoek ,
Anak soeloeng. Anak boongsoe.
De eerstgeborene , De laatst geborene , Stiefkind ,
Anak tiri .
Een aangenomen kind , Een pleegkind ,
Anak angkat.
Anak Anak Anak Anak Anak
Een wees ,
Eene maagd , Jonge hond , jonge kat , Sleutel ,
Eene pijl , Eene pop , een beeld , Bevallen , jongen ,
piejara. piejatoe. dara , anak prawan. andjing , anak koetjing. koentjie.
Anak panah. Anak- anak-an. Ber-anak .
Eene miskraam hebben ,
De klepel of slinger van een klok, De sporten van een wiel ,
Goegoer anak. Anak lôtjêng. Anak rôda.
Anak prahoe. Anam-blas , anam-poeloh.
Een opvarende , een matroos , Zestien , zestig , Bij voorbeeld , Een tiran van een vorst ,
Land, dat hij met geweld had ge-
Sa-andej-nja. Radja jang aniejaja. Tanah jang di ambil-nja dengen aniejaja.
nomen ,
Een spinnewiel om garen te spinnen ,
Rahat menganteh benang; djantra.
Aw.
Awa , oewa , Awak , Awal ,
Oom of tante.
Ligchaam . Begin.
Awan , awang , Awap ,
Wolk .
Awas ,
Scherp van gezigt , goed uitkijken. Gaarkeuken, gereed eten , gaarkok.
Awoer , a-oer , toekang a-oer , Awoes , aus , hawoes ,
Rook , stoom.
Dorst.