17
Andėj , andêj taulan, sahbat-andêj ,
Vriend.
Andelan ,
Eigenzinnig.
Andjar , handjar , Andjing, Andjong,
Hond.
Ani-anie ,
Paddi-mes .
Anieboeng , nieboeng , Aniejaja ,
Palmsoort , (Caryota urens).
Annjah, njah ,
Weg gaan , uit den weg gaan. Onbekend, ongenoemd, deze, gene.
Anoe ,
Anoegrah , Anoem , (Jav.) , Antah ,
Bewegen, van plaats veranderen. Bovenkamer.
Onderdrukken.
Gunst.
Jong, jeugdig. Niet goed gestampt.
Antah , Antakh , meng-entek ,
Misschien.
Antak ,
Het stampen van een schip , ook anggoet; het huppelen van een
Antam , hantam ,
Ranselen.
Antam , Antang , Antar-antar , Antara ,
Paren.
Anteh , ganteh , Antelas , athelas , Anteng, Antep, anteb ,
Spinnen. Satijn. Zoet , (als spelende kinderen). Zwaar, (van kinderen , b.v.)
Pijn , pijnlijk , het prikken of steeken van een zweer.
paard , ook tandak.
Rijststamper. Stormram , laadstok. Tusschen , tot dat.
Antêro ,
Geheel.
Anting ,
Oorring.
Antjak ,
Offer aan booze geesten of ver-
scheurende dieren, hetzij aan een' boom gehangen , of met lichtjes aan den stroom overgelaten. Ook
zekere boom : de boom der
kennis van het goede en kwade , volgens RIGG , Sund. Dict. p. 15.
Antjoer, Hantjoer ,
Verbrijzeld, in duizend stukken.