15
Zij is boos heen gegaan , en pruttelde den geheelen weg ,
Dia djalan mengamboel sa-pandjang djalan.
Twee manden harst ,
Damar doewa ambong.
Men behoort Amen te zeggen , na-
Sunnat meng-oetjap Amien komediën darie pada mematja fathah , (wordt uitgesproken : pa-té-
dat (of zoodra) men het eerste hoofdstuk van den Koran gelezen heeft ,
hah).
Khalief, opperhoofd der geloovigen, Visch riekt vunzig , Veel hout dwars in de rivier ,
Amir al-moemainin.
Ikan bahoe-nja amies. Kajoe-kajoe ampang banjak di soengêj ; banjak kajoe me-lintang di kalie.
Een vogelkruk , Veertien , veertig , Vierde , een vierde gedeelte , Drie vierde , vier vijfde , Vierkant , vierhoekig , Eene plaats waar kleeren opgehangen worden ,
Dat garen is onsterk, Vergiffenis verzoeken , pardon vragen ,
Ampang boeroeng , gantar. Ampat belas , ampat poeloh. Ka-ampat , sa per-ampat. Tiga per-ampat, ampat per-lima. Persegie , ampat per-sagie. Tampat ampai-an kain; tempat gantoeng barang. Benang itoe amô . Memohon-ken ampoen ; minta ampoen.
Vergiffenis schenken ,
Membrie ampoen ; kassie ampoen ,
Hij vergaf hun hunne misdaden , Het huis van een groot man ,
Di ampoen-ie-nja-lah dôsa-nja.
meng-ampoen-ie.
De groeten van twee jonge broeders ,
Die zijne eigene woonplaats niet weet ,
Orang besar ampoenja roemah. Anak ka-doewa ber-soedara ampoe-
nja sembah. Jang tiada ber-ka-tahoe-an tempat ampoenja ; jang trada tahoe roe-_ mah tangga-nja.
De verhaler zegt ,
Di tjeritera-ken oleh orangjang am-
Met de toestemming van diegenen , aan wien zij toebehooren , De eigenaar van het schip, De bezitters of genieters (van geld
Dengen ridla jang ampoenja dia; dengen permissie jang poenja.
poenja tjeritera ini , (schrijftrant).
of goed) ,
Men zag het water het veld overstroomen ,
Jang ampoenja kapal ,
Jang mem-poenja-ie (wang atawa barang).
Di lihat ajêr ampôh padang; ka-lihatan bandjir di tanah lapang.
-