Jump to content

Page:De Djoeroe basa Betawi.pdf/23

From Wikisource
This page has not been proofread.

7

Het huis staat in brand ,

Roemah ang'oes .

Nu is zij trotsch ,

Sekarang dia angkoe.

Hij weidt de buffels ,

Dia lagi ang'on kerbo. Gangsa berboenji kaloe ada krôs-

Ganzen schreeuwen op het minste geritsel ,

ôkan.

Dia ada ang'ot sedikit.

Hij loopt met molentjes ,

Ap.

Apa? apa-kah ? apa-tah ? Apa bila, apa kala,

Wat?

Apa-lah ,

Wanneer , toen. Ei lieve , ik bid u , etc.

Apek , (hapek) ,

Vunzig , muf.

Apem , Api , Apiek , Apioen, Apit , apietan,

Zeker rijst-koekje. Vuur.

Zorgvuldig , zindelijk. Opium. Persen, pers.

Apit-apietan , (Papan dam) ,

Dambord.

Wat is je werk ?

Apa pe-kerdjaän loe?

Wat beteekent toch alias ?

Apa-kahartie-njaalias ? (schrijfwijze). Apa-tah itoe ? Apa si ? Apa bila ia dengar itoe lantas ia pergi. Apa kala masa itoe. Soerat ini apa-lah kira-nja di sampei-ken Toehan Seroe sekalian

Wat kan dat toch zijn ? Wat is er toch gaande ?

Toen hij dat hoorde ging hij dadelijk heen , Toen ter tijd , Deze brief doe de Heer der Schep-

ping voor het aanschijn van mij-

Aalam ka hadlerat tsahbat kita.

nen vriend geworden , Dit huis ruikt muf,

Roemah ini apek bahoe-nja.

Geef vuur !

Kassi api !

Geef een lichtje , (een vlammetje) ,

Kassi api menjala.

De amfioen bedwelmt ,

Apioen me-mabok-in orang.

Hij is een sterke opiumschuiver ,

Dia satoe orang pe-madat-an. Pemadatan penoch.

De opiumkit is vol ,