VII
Van de vijf klinkers, hebben we de i en de u nu reeds eene standplaats aangewezen; de overige drie leggen geene moeijelijkheden in den weg.
A spreke men uit: kort, even als in 't Hollandsch tusschen twee medeklinkers , en niets meer, zoo als in Ban, Dan en Van, b. v. Men houde daarbij den mond niet als of men een' warmen aardappel te slikken had; maar geve eenige lenigheid aan de uitspraak.
Aa, dat even zoo goed met a kon geschreven worden , stelt twee korte a's vóór, om de Arabische letter ain te vertegenwoordigen.
E spreke men niet uit zoo als ze dáár, alléén, staat; want die uitspraak bestaat in ' t Maleisch niet; er is eene zachte of stomme e, als in de, en er is eene ê, als in het, breed uitgesproken.
O even als de E, heeft, zoo als ze dáár staat, geene waarde in 't Maleisch. Men spreke haar steeds uit als in Bon, Don, Kon, Mon, Non, Son, Ton, Won, Zon, Enz.
Gebruikt men de u voor oe, dan heeft de enkele o geen onderscheidingsteeken noodig; gebruikt men de oe in plaats van de u, dan plaatse men boven de enkele o een kapje (6).
Met deze regels en die, bij de Medeklinkers verder in dit werkje aangeduid, worden alle verdubbelingen onnoodig gemaakt. — Men behoude ééne letter voor één klank, en beschouwe de Ch , Th , Thl, Ts , Tz , Ng , Dl, Dz, Dj, Nj , Sj , en Tj als enkele letterteekens, de J nergens anders gebruikende, maar overal elders vervangende door de i.
Het spreekt van zelf, dat eene verkeerde aanwending van medeklinkers onbekendheid met de Taal verraadt: men schrijve b. v. niet belon temtoe, maar wèl belom tentoe, omdat men anders Taalfouten zoude maken.
Eene schrijfwijze, zoo als de hier boven voorgestelde, ten opzigte van de klinkers, en voornamelijk de I, volgen we niet dadelijk bij den aanvang van dit boekje, omdat we anders te veel van de reeds in gebruik zijnde schrijfwijze zouden afwijken; maar men zal dezelve langzamerhand in de grootste achterhelft ontdekken.