VI
Welke moeten we nu volgen? — Die, welke de Woordenboeken leeren, of die naar het gehoor, zoo als men ze thans gebruikt? Wij moeten, zonder de eene of de andere schrijfwijze voor geheel onbruikbaar te verklaren, noch de eene noch de andere volgen; maar van beiden de overtolligheden verwerpen en alleen het hoog noodige behouden, terwijl we, door eene juiste aanwending der klinkers, eene schrijfwijze daarstellen, getoetst naar de algemeene uitspraak, die de inboorling aan zijne woorden geeft.
Aangezien het grootste gedeelte der Inlanders de Maleische taal niet naar de Arabische spelregels in Latijnsch schrift transcribeert, maar alléén op 't gehoor afgaat, moeten we niet schrijven: harie ieni, met den verlengden klank ie in de tweede lettergreep van 't eerste, en in de eerste lettergreep van 't tweede woord, (omdat die klank het letterteeken ieja moet teruggeven, dat met Arabisch letterschrift in deze twee woorden, op die twee plaatsen vóórkomt); — maar men schrijve hari ini, omdat de e overtollig is; — immers men kan harie ieni niet anders uitspreken als hari ini.
De allereerste regel die de vervaardiger van dit werkje dus zoude willen vóórstellen, is:
Men verbanne de ie, onvoorwaardelijk, geheel en al, en schrijve de enkele i.
De tweede regel zoude zijn:
Schrijf u voor oe, en zeg er desnoods bij, dat de klank dezelfde blijft, omdat de Maleijer, even zoo min als de Engelschman, de Hollandsche u kan uitspreken; — met deze letter geschreven, en oe uitgesproken, kan 't Maleisch door alle Europesche volken verstaan worden. Wil men nu echter toch volstrekt de oe behouden, welnu, men behoude die in vredesnaam; maar men gebruike ze dan ook dáár waar zulks noodzakelijk, ja, onontbeerlijk is, en schrijve niet (zoo als R. v. E., die alleen oe schrijft, wanneer de wauw in 't woord voorkomt) ondjok (?) voor oendjoek, toonen, wijzen; tondjok (stompen) voor toendjoek, aanwijzen; want men zou niet veelgedaan krijgen van een' bediende, als men tegen hem zeide: „Mari, nanti goewa tondjok!” Kom hier, dan zal ik je een' stomp geven! (wanneer men eigenlijk wilde zeggen: Mari, nanti goewa toendjoek! Kom hier, dan zal ik 't je aanwijzen!) —